
'Anti-immigratiepartijen als de PVV gaan 3 á 4 verkiezingen mee' 'Een nieuwe partij in Europa bestaat circa vier verkiezingen'; 
NRC.NEXT
20 april 2012 vrijdag
Section: Op de hoogte
 Reinier Kist
De aanleiding
Toen Kamerlid Hero Brinkman vorige maand uit de PVV stapte werd er niet alleen gespeculeerd over de gevolgen van zijn besluit voor de onderhandelingen in het Catshuis, maar ook over de betekenis ervan voor toekomst van de PVV. De website van de Volkskrant vroeg politicoloog André Krouwel, die aan de Vrije Universiteit de levensduur van nieuwe partijen onderzoekt: is dit het begin van het einde van de PVV?
In dat interview voorspelt Krouwel dat het met de PVV ,,langzaam afloopt". Hij stelt: ,,We weten dat anti-immigratiepartijen als de PVV 3 à 4 verkiezingen meegaan, dan zijn ze weg." Dat is ten minste wat de interviewer heeft opgeschreven. Krouwel zelf zegt dat hij verkeerd is geciteerd. ,,Ik heb met de interviewer gesproken over de PVV, andere anti-immigratiepartijen en over de levensduur van politieke partijen in Europa. Die zaken zijn in het citaat door elkaar geraakt." Krouwel beweert de volgende stelling te hebben gedaan: nieuwe partijen, die vanaf 1945 in Europa zijn ontstaan, hebben een gemiddelde levensduur van iets meer dan vier verkiezingen.
De interviewer van de Volkskrant laat desgevraagd weten dat zij wel degelijk in haar aantekeningenboekje heeft staan: 'We weten dat anti-immigratiepartijen 3 à 4 verkiezingen meegaan dan zijn ze weg'.
Mogelijke interpretaties
Omdat niet helemaal duidelijk is wat Krouwel precies heeft gezegd, is de factcheck ingewikkelder dan normaal. We zullen twee uitspraken moeten controleren, namelijk:
Alle nieuwe partijen in Europa na 1945 hebben een gemiddelde levensduur van iets meer dan vier verkiezingen - de bewering volgens Krouwel.
Anti-immigratiepartijen gaan drie à vier verkiezingen mee - de bewering volgens de interviewer. Bij deze stelling gaan we ervan uit dat zij betrekking heeft op Nederlandse anti-immigratiepartijen, omdat de context van het interview de Nederlandse politiek is.
Hoe is er gemeten?
André Krouwel baseert de eerste stelling op een grootschalig eigen onderzoek over de dominante positie van gevestigde politieke partijen in Europa sinds 1945. Het onderzoek verschijnt dit najaar, onder de titel Party Transformations in European Democracies. We mochten het alvast inzien. Nieuwe partijen zijn, volgens de definitie in Krouwels onderzoek, partijen die ten minste één zetel hebben gehaald bij een nationale parlementsverkiezing. Dus ook afsplitsingen van oude partijen worden in het onderzoek meegenomen.
Anti-immigratiepartijen definieert Krouwel als landelijke partijen die als belangrijkste standpunt het beperken van immigratie naar voren brengen. Vanzelfsprekend bestaan deze partijen nog niet zo lang, namelijk pas sinds van immigratie sprake is. Om methodische verwarring te voorkomen gebruiken we Krouwels definities ook voor de tweede stelling: dat Nederlandse anti-immigratiepartijen gemiddeld drie à vier verkiezingen meegaan.
En, klopt het?
Van de 258 nieuwe partijen in Europa sinds 1945 hebben er 56 aan één verkiezing meegedaan, en 52 aan twee verkiezingen, blijkt uit het onderzoek. Na drie verkiezingen heeft meer dan de helft van de nieuwkomers het politieke landschap verlaten. Toch ligt de gemiddelde levensduur van nieuwe partijen op iets meer dan vier verkiezingen. Dat komt omdat een klein aantal partijen erin slaagt hun aanwezigheid in het parlement langdurig te bestendigen. Zo slaagde in Nederland het CDA erin sinds de oprichting in 1977 aan elf verkiezingen deel te nemen, terwijl de Evangelische Volkspartij, een afsplitsing van diezelfde CDA, na drie moeizame verkiezingen de politieke arena weer verliet.
Nederlandse anti-immigratiepartijen blijken een veel kortere levensduur te hebben dan de meeste nieuwe partijen in Europa. In Nederland hebben vier anti-immigratiepartijen sinds de Tweede Wereldoorlog een zetel behaald in een Tweede Kamerverkiezing: de Centrumpartij, de Centrumdemocraten, de LPF en de PVV. De eerste drie partijen gingen na één verkiezing ten onder - met het grote verschil dat de Centrumpartij en de Centrumdemocraten in de jaren '80 beide slechts één zetel wisten te behalen, terwijl de LPF in 2002 26 zetels binnenhaalde. De PVV heeft tot nu toe aan twee verkiezingen meegedaan en behaalde respectievelijk 9 en 24 zetels. De vier anti-immigratiepartijen hebben dus gezamenlijk bij vijf verkiezingen een of meer zetels behaald. De gemiddelde levensduur van anti-immigratiepartijen bedraagt daarom volgens de methodiek van Krouwel 1,25 verkiezingen.
Conclusie
Politicoloog André Krouwel deed wetenschappelijk onderzoek naar nieuwe Europese partijen vanaf 1945. In zijn onderzoek Party Transformations in European Democracies maakt hij aannemelijk dat deze gemiddeld iets meer dan vier verkiezingen meegaan. Deze stelling beoordelen we dus als waar.
Maar in het interview met de website van de Volkskrant spreekt Krouwel niet over nieuwe Europese partijen in het algemeen, maar over ,,anti- immigratiepartijen". We gaan er voor deze factcheck van uit dat het hier gaat om Nederlandse anti-immigratiepartijen, gezien de Nederlandse context van het interview. Krouwel zegt verkeerd te zijn geciteerd door de interviewer. Houden we Krouwels definitie van anti-immigratiepartijen aan, dan blijkt dat Nederlandse anti-immigratiepartijen gemiddeld 1,25 verkiezingen meegaan. Het zetelaantal loopt hierbij sterk uiteen. In het interview staat dat anti-immigratiepartijen drie à vier verkiezingen meegaan. In werkelijkheid gaan ze veel minder lang mee (1,25 verkiezingen), al zal meespelen dat deze partijen nog niet zo lang kunnen bestaan omdat van immigratie pas recent sprake is. We beoordelen die uitspraak als onwaar.
 
Foto Flip Franssen
